Schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening

In Nederland leven veel mensen en gezinnen in armoede. Dat gaat vaak gepaard met het hebben van schulden. Dit is een ernstig maatschappelijk probleem, want financiële problemen en langdurige armoede hebben veel negatieve gevolgen voor mensen: zij leven minder gezond, hun sociale netwerk wordt kleiner en ze zijn minder in staat datgene te doen wat op de langere termijn goed is voor hen.

Uit onderzoek van het SCP blijkt dat in 2015 ongeveer 1 à 1,5 miljoen huishoudens risicovolle of problematische schulden hadden. Dit is ruim 15% van alle huishoudens. Daarnaast zitten bijna 200.000 huishoudens in een schuldhulpverleningstraject (2,5% van alle huishoudens). Uit berekeningen van Divosa komt naar voren dat 1,2 miljoen huishoudens behoren tot de onzichtbare schuldenaren: zij maken geen gebruik van formele schuldhulpverlening.

Huishoudens die in een schuldhulpverleningstraject zitten, vallen onder een wettelijke regeling voor schuldsanering (WSNP) of maken gebruik van minnelijke schuldhulpverlening. Deze cijfers betreffen niet alleen mensen die in armoede verkeren. Ook niet-armen kunnen risicovolle of problematische schulden hebben.

Burgers die bij de schuldhulpverlening aankloppen, brengen gemiddeld €43.300 aan schulden mee van 14 schuldeisers. Het Rijk ziet het oplossen en voorkomen van schulden als een gemeentelijke taak, maar de (rijks)overheid is vaak de grootste schuldeiser bij huishoudens. De schulden aan de Belastingdienst, CJIB en DUO zijn sterk toegenomen en beslaan een steeds groter deel van de problematische schulden.

Schuldhulpverlening als wettelijke taak van gemeenten

Sinds de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in 2012 is schuldhulpverlening een wettelijke taak van gemeenten. De wet geeft een ruim kader waarbinnen gemeenten de schuldhulpverlening zelf kunnen vormgeven. De wet geeft een ondergrens aan waar iedere gemeente zich aan moet houden. Dit gaat vooral over termijnen: op een verzoek om schuldhulpverlening moet binnen vier weken een eerste gesprek plaatsvinden; als er sprake is van bedreigende schulden binnen drie werkdagen. Onder bedreigende situaties vallen gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging of ontbinding van de zorgverzekering. De wet schrijft verder een integrale benadering voor: er moet niet alleen aandacht zijn voor financiële problemen, maar ook voor samenhangende problemen op andere leefgebieden. Schulden komen immers zelden alleen.

Onderzoek BBSO naar schuldhulpverlening

BBSO heeft onder andere in opdracht van en in nauwe samenwerking met de Rekenkamer Venlo onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de schuldhulpverlening in Venlo, en in de wijze waarop preventie en vroegsignalering worden aangepakt. Met dit inzicht wil de rekenkamer de gemeenteraad ondersteunen in zijn kaderstellende en controlerende rol. Daarnaast wil de rekenkamer de gemeente ook ondersteunen door de verkregen inzichten te vertalen in een aantal verbeterpunten in het beleid en de uitvoering van schuldhulpverlening.

Dit heeft voor de gemeente Venlo geleid tot de volgende rapporten:

Helpt de schuldhulpverlening? Rapport van bevindingen

Helpt de schuldhulpverlening? Bestuurlijk rapport rekenkamer Venlo